Volledig aan het brein ontsproten, pure fantasie.

fictie

Bekroond met de 2de prijs in 'flitsverhaal' van WEL Universitaire werkgroep literatuur en media, 2017.

Inspirerend groen.

‘Helga, godverdomme, ben je nou helemaal besodemieterd!’ Met een verbeten trek om zijn mond blikte Gertjan Olyslagers naar het reusachtige canvas voor hem. Even daarvoor nog van een verblindend uni geel, nu ontsierd met een gespetterde klad grasgroen die, aan de zwaartekracht onderhevig, accumuleerde in een tergend langzaam neerwaarts sijpelend tranenspoor.
Gertjans rechterhand wreef over zijn hartstreek. Wat zijn vrouw nu had uitgevreten was van een onvergeeflijke ongehoordheid.
Langzaam draaide hij zich om naar zijn met hem in de echt verbonden duivel in engelenverpakking. Blind voor haar grootste troef; haar oogstrelende voorkomen. Maar Helga wachtte de scheldtirade die hij voor haar in petto had niet af. ‘Ik ga shoppen,’ siste ze zonder enig schuldbesef en draaide zich op haar torenhoge stiletto’s acrobatisch om. ‘Toch niet met het onbenullige zakcentje dat dit schilderij na jouw ingrijpen nog waard is me dunkt,’ beet hij haar toe. Onverstoorbaar heupwiegde Helga, haar welgevormde derrière in een strak jurkje met bloemenprint gehuld, de deur uit. Haar echtgenoot achterlatend met een paars aangelopen gezicht. Gertjan had erop gerekend om voor zijn laatste schilderij twintig duizend euro te vangen, maar het was duidelijk dat in de huidige omstandigheden een nieuwe calculatie zich opdrong.
Helga was een nimf, een op aarde neergestreken goddelijk wezen. Tenminste, wat haar uiterlijk betrof. Haar karakter en dan meer bepaald haar opvliegendheid was een ander paar mouwen. Het had Gertjan meer dan eens zorgen gebaard. Maar die zorgen verdwenen als sneeuw voor de zon zodra hij met Helga aan zijn arm de wereld instapte. Helga was het soort verschijning dat mensen deed omkijken en niet alleen mannen. Het soort vrouw dat een ruimte vulde met haar aanwezigheid. Het soort vrouw dat men voor ogen had toen men het woord sexappeal bedacht.
Helga was helaas ook het soort vrouw dat in razernij kon uitbarsten en dan het eerste het beste dat ze te pakken kreeg, vastgreep en door de lucht keilde. Ditmaal was dat een pot grasgroene verf geweest. En dat in zijn atelier, zijn heiligdom, waar zij notabene slechts in bijzonder uitzonderlijke omstandigheden welkom was.

De zaakvoerders van kunstgalerij Nobels en Poortman hielden halt bij het overwegend gele doek. Nobels en Poortman stond internationaal bekend als een galerij met een oeuvre van bezielde kwaliteit. Gelegen in een mondaine wijk van Rotterdam, gevestigd in een ultra-modern pand dat was opgetrokken uit architectonisch beton. Exposeren bij Nobels en Poortman betekende dat men als kunstenaar gearriveerd was.
‘Mijn God, Gertjan,’ riep de eerste helft van Nobels en Poortman vol verbazing uit. ‘Ik weet het,’ antwoordde Gertjan monotoon. Moest het werk niet van kolossale afmetingen geweest zijn, hij had het uit zijn atelier verwijderd. De man zette een stap achteruit. ‘Waarlijk, Gertjan, je hebt jezelf overtroffen.’ Met een ruk draaide Gertjans hoofd in de richting van het duo, een en al oor. ‘Licht ons in. Wat is de titel van dit werk? En hoe is het tot stand gekomen?’ Gertjans hersenen draaiden op volle toeren. Hij was niet alleen een gerenommeerd kunstschilder, maar bovendien een gewiekst zakenman. En hij rook zaken.
De oorspronkelijk titel was ‘verschroeiend zonlicht’. De aandachtstrekkende groene spetter maakte die benaming echter van een incontestabele bespottelijkheid.
 ‘Zonne-aanbidding,’ antwoordde Gertjan ad rem en probeerde het eureka-gehalte te weren uit zijn stem terwijl hij nader toelichtte, ‘de focus ligt op dualiteit. De pulserende intensiteit van het geel enerzijds staat voor de onontkoombare kracht van de zon. Dit wordt extrinsiek benadrukt door de dogmatische puurheid van het groen van de figuur anderzijds. In eerste instantie opteerde ik voor een centraal perspectief maar dat idee heb ik laten varen. De afwezigheid van realistische kenmerken van de figuur in rust, met een ontbreken van het picturale esthetische, vroegen om een wijziging van positionering. Op die manier komt de essentiële betekenis meer tot zijn recht.’
Nobels en Poortman knikten gelijktijdig, ze zagen wat hij bedoelde.
Poortman wreef in gedachten verzonken over zijn kin. Nobels zette nog eens twee stappen achteruit om dit uniek stuk beter in ogenschouw te kunnen nemen. ‘Begrijp ik goed,’ peinsde Poortman, ‘dat je wil aantonen dat er vaak een alternatieve realiteit verborgen zit achter datgene dat we waarnemen?’
‘Inderdaad, de grilligheid van de figuur wijst uit dat ze zich heeft losgerukt van traditionele conventies om zich over te kunnen geven aan het zinnelijke genot dat de zon bij haar ontketent.’ ‘Je spreekt over “ze” en “haar”,’ merkte Nobels op. Gertjan was in zijn element: ‘Dat klopt. De figuur is ontegensprekelijk van vrouwelijke aard. Haar overgave leidt naar een diepgaande spiritualiteit die niet door een statische manifestatie (gelet op de grillige onregelmatigheid van de contourlijn) kan weergegeven worden. Esthetica is in deze van ondergeschikt belang. Het concept an sich, ontdaan van enigerlei poëtische uitingswijze, komt op de eerste plaats.’
De galerijhouders waren onder de indruk van de verschillende niveaus die Gertjan had weten te vatten in dit kunstwerk, het ging zoveel verder dan een louter zintuiglijke waarneming.
Eén ding was echter nog niet opgehelderd: ‘De keuze voor groen heeft ongetwijfeld eveneens een diepere waarde?’ Gertjan was uit het lood geslagen. De pot groene verf was de eerste die zijn oogverblindende kenau in handen had gekregen. Dat was de ware reden, dat was de enige reden.
Op dat moment ging de deur van het atelier open en zweefde Helga binnen. Moeiteloos wist ze de aandacht volledig naar zich toe te trekken. De grasgroene jurk waarin ze haar weelderige vormen had gewurmd was van exact eenzelfde schakering groen als de klad op het doek.
Gertjans gezicht klaarde op: ‘Daar is ze dan, mijn muze, gehuld in de fantastische groene jurk die de inspiratiebron vormde voor ‘Zonne-aanbidding’. Behoeft dit nog meer uitleg?’
‘Mijn echtgenoot leed aan painters-block. Dus besloot ik hem op te beuren met de aankoop van een nieuwe jurk. Et voilà,’ glimlachte ze koket. Helga’s woorden werden door mannen doorgaans geslikt als zoete koek zelfs als ze van een duizelingwekkende onzinnigheid waren.
‘Ik begrijp het,’ mompelde Nobels, betoverd door de schoonheid van de kunstenaarsvrouw. En zonder in staat te zijn om zijn ogen van de blonde schoonheid los te rukken, voegde Poortman eraan toe: ‘De natuurgetrouwheid is waarlijk overrompelend, zelfs met een lichte neiging naar een transcendentaal idealisme.’

De kurk plopte uit de fles Brut Réserve Grand Cru. Gertjan schonk de goddelijke drank in de champagneglazen en reikte Helga het hare aan. ‘Op jou, mijn wonderlijk wezen,’ proostte hij. ‘Betekent dit dat je eindelijk tijd vrijmaakt voor het weekendje Marseille dat je me hebt beloofd?’ vroeg ze met haar hoofd flirterig schuin. ‘Absoluut, dat heb je verdiend.’ En dat meende hij letterlijk.
Want sinds hij Helga tot zijn bruid had gemaakt, boomde zijn werk als nooit tevoren.

spinsels

Avonturen in binnenland (België

en Nederland) in blogvorm.

fictie
reisflarden

Avonturen in het buitenland, die ik even kwijt wilde.