Anju

Anju, in sari en spijkerbroek
Karin Verhaak-Kersten
Elikser Uitgeverij

Veel spijkerbroek, weinig sari.

Op de cover van ‘Anju’ prijken twee prachtige, met kohl omrande ogen boven een in sari gehulde vrouwenfiguur, die met de rug naar de kijker gekeerd staat. Het zou zondermeer de cover kunnen zijn van een boek van sociale en culturele antropologische strekking. De tekst op de achterflap legt echter uit dat het gaat om een fictieve geschiedenis. Die zich weliswaar afspeelt in een non-fictieve omgeving die waarheidsgetrouw en met kennis van zaken (de schrijfster heeft immers én veel gereisd én een paar maanden in India doorgebracht) wordt uitgediept. De tekst zinspeelt verder op een blootlegging van de contrasten tussen twee culturen: de Nederlandse en de Indische. 
Alles bij elkaar genomen een meer dan intrinsieke belofte dat de lezer op een mysterieuze, exotische reis van 377 bladzijden lang zal worden meegevoerd. Dat dit een verhaal is waar men als lezer niet zomaar doorheen walst. 
Een zin als ‘de muren ademden curry’ lijkt dit idee te ondersteunen. 
Het eerste hoofdstuk geeft een beschrijving van de situatie. Een als inleiding opgevatte inkijk in het leven van de personages, die nodig is om het eigenlijke verhaal te kunnen kaderen, lijkt het. Helaas wordt door de schrijfster nimmer afgestapt van die beschrijvende stijl. Als lezer wordt men op de hoogte gebracht van een opeenvolging van gebeurtenissen zonder dat betrokkenheid bewerkstelligd wordt. Niet met de personages, noch met het verhaal.
De tijd schiet voorbij met de snelheid van een tgv die in geen enkel station halthoudt. In het eerste hoofdstuk, dat 24 bladzijden telt, zijn er zomaar even twee jaar verstreken. Dat tijdsverloop wordt in het gehele boek gehandhaafd. Weken en maanden zijn om zonder dat er veel woorden aan vuil worden gemaakt. Zelfs niet als een van de personages in die tijd iets ingrijpends doorworstelt. En dat doen ze voortdurend! Overigens zijn het veel personages die telkens weer opduiken. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn. Het feit dat het perspectief telkens verschuift van personage naar personage daarentegen wel. De ene keer beleeft de lezer vanuit Thomas, de andere keer vanuit Anju om vervolgens in de huid geduwd te worden van Tom. Het maakt het onmogelijk om zich als lezer met de personages te identificeren en op die manier ‘in’ het verhaal getrokken te worden. 
De thema’s die in het boek naar voor worden geschoven zijn al even talrijk. Verlies en dood, liefde, homoseksualiteit, echtscheiding, moord, culturele aspecten en nog veel meer, komen allemaal voorbij geflitst. Elke thema is op zich sterk genoeg om er een boek rond op te bouwen. In dit boek worden ze niet meer dan even aangehaald. 
De titel ‘Anju’ klinkt sterk. Opnieuw wordt er gerefereerd naar het culturele aspect dat centraal zou staan. Maar met de subtitel ‘in sari en spijkerbroek’ neemt de schrijfster een loopje met haar eigen verhaal. In het midden van het boek staat beschreven hoe Anju de milde schenker van een sari hardop uitlacht. Een sari zou zij namelijk nooit dragen. Van 'in sari' kan met andere woorden geen sprake zijn. En dit soort ondoordachtheden is schering en inslag. Naast een arsenaal van ongeloofwaardige gebeurtenissen.
De personages raken niet. Het verhaal overtuigt niet. De uitdieping van de contrasten van de culturen voldoet niet (overigens is elk personage uit een andere cultuur in een mum van tijd verwesterd).
Maar voor wie houdt van een soap-roman waarin veel liefdesintriges worden verteld, veel conflicten en problemen de revue passeren zonder dat ze bij de lezer op de maag liggen en dit overgoten met een cultureel sausje, is dit geen afrader. En als men er vervolgens ook nog eens doorheen kan kijken dat de schrijfster zich bij momenten moeizaam uitdrukt, conversaties tussen personages geforceerd zijn en er meer dan één grammaticaal scheve uitdrukking te vinden is, dan leest het verhaal best vlot.