Sultan

Sultan, en de lokroep van de jihad

Johan van de Beek, Claire van Dyck

Balans

Grondig.

 

Dit boek legt de focus op vier jongeren. Vier jonge mensen die los van elkaar kozen voor dezelfde weg. De weg naar het, in hun ogen, paradijselijke Syrië. Weg van het verfoeilijke, losbandige Nederland. Sultan pleegt niet veel later een zelfmoordaanslag in Bagdad en wordt daarmee de grootste massamoordenaar ooit  van de lage landen. Rezan komt, vermoedelijk, om in gevechten. Bekeerlinge Lina/Aïscha keert een paar maanden later terug en pikt de draad, zonder verandering van gedachtengoed, weer op met een zoveelste (bijna-)echtgenoot. En vrome Milana blijft met twee van haar vier kinderen (die ze bij drie verschillende mannen heeft) op de eindbestemming.
Waarom en hoe kozen deze jonge mensen zo resoluut voor verheerlijking van Islamitische Staat? Hadden ze tegengehouden kunnen worden? Moeten er maatregelen genomen worden tegen radicalisering in Nederland en zo ja, wie moet dat opnemen en hoe? Enkele vragen waarop het boek misschien geen antwoord geeft, maar wel meer inzicht.

Niemand blijft onder het lezen van ‘Sultan’ onberoerd, het boek wekt heel wat emoties op. Want dit is iets dat ons allemaal aangaat onafhankelijk van de positie die we bekleden of de mening die we zijn toegedaan. Dat radicalisering een groot maatschappelijk probleem vormt, is voor iedereen duidelijk. Niet in het minst voor de Marokkaanse gemeenschap in het Maastricht waar de vier jongeren vandaan komen. Die gemeenschap maakt vaak de vergelijking met Marokko, waar ontwikkeling van dit soort extremistisch gedrag ongenadig aangepakt zou worden. Eerst die baard eraf en dan de cel in. Want zou hier het probleem niet liggen? De islam die gerijmd moet worden met de westerse maatschappij? Is de denkwijze die ouders hun kinderen voorhouden over de islam wel houdbaar in de westerse samenleving? Hoe kun je immers respect opbrengen voor een niet-moslim als je met de paplepel hebt ingekregen dat ze koeffar zijn, gehaat door God. Een koeffar gaat sowieso naar de hel, dus hoe kan men zo’n zondaar dan in onze wereld beschouwen als gelijkwaardig? In het boek wordt de stelling geponeerd dat het dergelijke ideologie is die aangepakt moet worden om hem harmonieus te doen passen binnen een democratie. De uitdaging ligt met andere woorden in de opvoeding. Maar volledig is men daar nog niet van overtuigd. Want zo ongeveer elke poging die wordt ondernomen om radicalisering aan te pakken, stuit op kritiek vanuit een andere hoek, lijkt het wel.
Aan de hand van de verhalen van Sultan, Reza, Aïscha en Milana worden heel wat prangende zaken ter discussie gesteld. En daarvoor trokken de auteurs, beiden onderzoeksjournalisten bij De Limburger, te rade bij familieleden van de betrokkenen, de Marokkaanse gemeenschap, deskundigen, wetenschappers, politici, islamgeleerden en zo verder. Dit boek is het resultaat van een intens, diepgravend onderzoek. Elke stelling die wordt weergegeven of gedachtengang die wordt gevolgd, is heel sterk onderbouwd.
Wat wordt waargenomen is dat vooral moslims met een beperkte kennis van de koran aan de lokroep van het kalifaat toegeven. Jongeren worden misleid met en door halve kennis. Met martelaarsvideo’s waarin verzen worden gereciteerd die los uit de koran werden geplukt zonder verdere duiding, zonder de nuancerende verzen die erop volgen, uitbreiden of uitleggen, te vernoemen. De onwetendheid van deze mensen wordt misbruikt. De beperkte kennis van de islam waarover ze beschikken, hebben ze niet opgedaan in de moskee van een onderlegde imam, maar van het internet.

Ook vrome moslims maken zich zorgen over de evolutie. Want een vrome moslim gelooft in openheid, respect en tolerantie. In de islam is er overigens een breed gedragen overtuiging dat het voor een moslim verboden is zichzelf of anderen te doden.

Een up-to-date, onnoemelijk interessant verhaal, doorspekt met citaten en verklaringen, een binnendringen in een gesloten wereld, dat is wat dit boek heeft te bieden.
Begrip voor de Jihadstrijder krijgt men na het lezen niet / nog minder. Maar het boek geeft wel de tools in handen om beter te kunnen verwoorden waarom niet.