Pussy riot

Pussy riot, zo begin je een revolutie
Nadja Tolokonnikova
Atlas contact

Punk’s not dead.

 

De Russische Nadja Tolokonnikova kwam wereldwijd in het nieuws toen ze werd opgepakt met haar band ‘Pussy Riot’ tijdens een (ongewild sterk ingekort) optreden waarin ze Poetin bespotte. Na een schijnproces, dat ze bij voorbaat al verloor, werd ze tot twee jaar strafkamp veroordeeld. Het regime is er keihard maar Tolokonnikova komt er zelfverzekerder en vastberadener uit dan ooit.In plaats van haar de mond te snoeren, gaf het haar oproep tot revolutie juist meer draagkracht. Pussy Riot werd bekend tot ver buiten de Russische landsgrenzen.  Tolokonnikova is ondertussen weer op vrije voeten, woont tijdelijk in Los Angeles en richt haar pijlen op Donald Trump. Een ding is ze niet van plan: te zwijgen.Nadja Tolokonnikova’s verhaal is veel meer dan een verhaal op zich, het is een levenswijze waarop al haar daden, ideeëngoed en acties zijn gebaseerd. Maar het blijkt geen sinecure om al die informatie in een coherent verslag te gieten. Er is teveel te vertellen.Het boek is opgedeeld in zeer korte hoofdstukjes, tweehonderd in totaal. Elk hoofdstuk bevat flarden belevenissen van Tolokonnikova en een slogan, aangevuld met een citaat, overpeinzingen, uittreksels uit interviews of verklaringen door derden. Het is moeilijk om als lezer geboeid te blijven als men steeds wordt meegezogen in de beschrijving van een gebeurtenis maar telkens na een halve bladzijde afgekapt wordt om vervolgens meegetroond te worden op een totaal ander pad.Waar Pussy Riot voor staat wordt helemaal duidelijk. Maar hoe het allemaal in zijn werk ging en welk leven Tolokonnikova leidt, veel minder. Waar leeft ze van? Waar woont ze? Hoe zit het met het dochtertje? En met haar huwelijk? Wie maakt deel uit van het collectief? Waarom gevechtstrainingen? Vragen die onbeantwoord blijven.Het blijft vrij anecdotisch tot fragmentarisch. Bovendien is de chronologie ver te zoeken. Zo wordt, om een voorbeeld te noemen, het begin van haar hongerstaking kort aangeraakt en is er een vermelding van het einde. Maar het waarom wordt maar pas honderd bladzijden later duidelijk. Delen van het slotpleidooi worden lang voordat men aan de arrestatie en de rechtszaak toe is, meermaals vrijgegeven. Zaken die allesbehalve bevorderlijk zijn voor een vlotte leesbaarheid.Vanaf de oprichting van de band / het kunstcollectief ‘Pussy Riot’ wordt het verhaal meer aaneensluitend. Het is een verademing als er eindelijk eens een paar bladzijden doorlopende tekst is.De misdaad waarvoor de gebivakmutste meiden worden opgepakt is het zingen van provocerende teksten in de kathedraal van Christus de Verlosser. Ze hadden die ruimte niet vooraf gehuurd en brachten met hun provocerende act mentale schade toe aan gelovigen die zich daar op dat moment ophielden.Van het mensonterende regime dat vrouwelijke veroordeelden in strafkampen moeten doorstaan, krijgt de lezer een vrij goed beeld. Dag in dag uit politieuniformen naaien, werkdagen van 16 uur, geen weekends, een ontzegging van basishygiëne, slechte voeding, een zwaar afstraffen van ongewenst gedrag met fysiek geweld of opsluiting in de isoleercel... Dat alles bedoeld om de instorting en desintegratie van het individu te bevorderen.Tolokonnikova weigerde haar opvattingen en houding tijdens de dwangarbeid bij te stellen. En dat doet ze ook niet, eenmaal weer op vrije voeten.Los van de voorgaande opmerkingen is het boek op zich goed geschreven, door een zeer intelligente dame met een standpunt, een missie. Die wordt gedeeltelijk duidelijk in dit boek.Of men al dan niet fan is van het boek zelf, is eigenlijk niet zo belangrijk.Tolokonnikova is iemand die haar nek durft uit te steken en de gevolgen daarvan op heldhaftige wijze draagt. En dat soort mensen zijn er in onze wereld veel te weinig.

Perfect gedoseerd.
 

Marcel Vaarmeijer kruipt in ‘Voor wie ik heb liefgehad’ in de huid van een 90-jarige vrouw. En dat doet hij op meesterlijke wijze, hij valt immers op geen enkel moment uit die rol.
De lezer beleeft de gebeurtenissen die zich in het boek ontplooien vanuit het standpunt van Louise, een bejaarde dame die is opgenomen in een tehuis. De achterflap geeft prijs dat het de moeder van auteur Vaarmeijer zelf is die model heeft gestaan voor Louise. Het boek is gebaseerd op haar leven waarbij de auteur de waarheid niet schuwt, ook als die niet zo lovenswaardig is. Het pad dat Louise heeft afgelegd blijkt niet over rozen gegaan te zijn, maar ook zijzelf ging regelmatig over de schreef. Overmatig drankgebruik, tekort schieten als moeder, intimiteiten met vele mannen, achterklap, … zonder enige terughoudendheid komt het aan bod.
Het verhaal is opgebouwd uit flashbacks, gebeurtenissen in de tegenwoordige tijd en dagboekfragmenten, maar toch verliest het op geen enkel moment vaart. Bij de hedendaagse beschrijvingen beleeft de lezer mee alsof hij er persoonlijk bij staat. Bij de flashbacks wordt men onmiddellijk meegevoerd naar het verleden. En bij de dagboekfragmenten kijkt men halsreikend uit naar het volgende fragment.
De schrijfstijl van Vaarmeijer is ontdaan van franjes, tot he point, met een vermijding van ingewikkelde zinsconstructies of intelligente woorden. Hij schrijft op het niveau van zijn hoofdpersonage. Een ongeschoolde vrouw, ‘gewoon’, zonder dom te zijn en met de nodige levenservaring. Maar dat maakt dat het verhaal leest als een trein, een sneltrein. Bovendien gebeurt er constant iets, echter zonder dat het overdadig wordt. Humor is gedoseerd aanwezig, zonder in irritant dijenkletserslol te vervallen. Daarnaast heeft de auteur één grof gebekte bewoner in het tehuis tot leven geroepen zodat hij wat vuilbekkerij betreft zich middels dit personage af en toe kan laten gaan, zonder dat hèm platheid verweten kan worden. Gelukkig werd ook hier rekening gehouden met de regel ‘overdaad schaadt’.
Louise, het hoofdpersonage, kan men liefhebben of haten, maar onberoerd laat ze niemand. Steeds meer vormt men zich een idee van wat haar gemaakt heeft tot wat ze nu is. Een harde tante met de touwtjes, zelfs als hoogbejaarde, heel stevig in handen. Op sommige momenten misschien een beetje te stevig, wat een paar verhaalwendingen ietwat ongeloofwaardig maken. Maar door de sterkte en de diepgang van de rest van het verhaal kan men die paar mindere passages zondermeer aanvaarden.
Verscheidene thema’s komen aan bod, worden voldoende uitgediept om tot nadenken aan te zetten en worden beschreven vanuit minder voor de hand liggende standpunten.
Het is niet omdat men een respectabele leeftijd heeft bereikt dat men niet meer bij de pinken kan zijn en een minder dan respectvolle behandeling hoeft te gedogen, leren we van Louise. Liefhebben bestaat in gradaties en in onuitgesproken vorm, lijkt een ander thema te zijn. En dan is er nog de Tweede Wereldoorlog, beleefd van aan de andere kant van de grens. Een beschrijving van hoe men in Duitsland omging met het gegeven oorlog. Niet alle Duitsers waren nazi’s. En niet alle Nederlanders bleven trouw aan de eigen vlag.
‘Voor wie ik heb liefgehad’ is een boek met vele bodems. Een boek waarvan men geniet tijdens het lezen. Een boek dat na het lezen nog een hele tijd blijft nazinderen.