Ollie en het kronkeldier

Ollie en het kronkeldier

Wilma Geldof, ill. Marieke Nelissen

Luitingh Sijthoff

Een levensweg met kronkels

 

Dit jeugdboek is de eerste uitgave na ‘Elke dag een druppel gif’, de young adultroman waarmee Wilma Geldof in 2015 de verdiende hoofdprijs wegkaapte in de Thea Beckmanprijs. Met ‘Ollie en het kronkeldier’ laat ze een, met mooie illustraties van Marieke Nelissen, apart boek los op een lezerspubliek vanaf 8 jaar. 

Het verhaal heeft een dubbele bodem. Enerzijds, aan de oppervlakte, gaat het over Ollie, een jongetje dat bij een pleeggezin leeft omdat zijn ouders en daarna zijn grootmoeder zijn gestorven. Daar woont hij intussen al drie jaar. Andere pleegkinderen komen en gaan. Zij hebben ouders waarnaar ze na een periode van rust kunnen terugkeren. Maar Ollie heeft niemand meer. En dat maakt dat hij geen blij jongetje is, ook al wordt hij met heel veel liefde omgeven.
Ollie wilt al een hele tijd een hond, liefst een grote, zwarte. Die krijgt hij niet want een paar gezinsleden zijn allergisch. Dat irriteert hem, totdat hij op een dag een veel spannender huisdier letterlijk op zijn pad vindt. Want zeg nou zelf, wie heeft er thuis een kronkeldier rondkronkelen. Om dit glibberige beest met lollystokoren voor de buitenwereld verborgen te houden moet Ollie zich in allerlei kronkels wringen. Want als zijn pleegouders erachter komen dat hij een geel zeemonster in een badje in de schuur houdt, moet hij er vast weer afscheid van nemen. Bovendien heeft zo’n beest veel trek, maar helaas niet in boterhammen. Ollie haalt zich met andere woorden heel wat zorgen op de hals en die houden hem 24/7 aan de gang.
Voor een lezer van 8 jaar is dit verhaal op zich al heel boeiend. Maar er zit zoveel meer diepgang in. De oudere lezer heeft al snel begrepen dat het kronkeldier alleen in Ollies hoofd bestaat. In feite is het kronkeldier een veruitwendiging van Ollies diepste angsten. Het imaginaire dier speelt met andere woorden een belangrijke rol in zijn genezingsproces. Maar dat houdt een pijnlijke confrontatie in met zijn verleden. Enkel door zijn comfortzone te verlaten kan Ollie Kronkel redden. Dat valt helaas niet mee.
‘Soms was het net alsof hij op een schommel zat en dat Klaartje de touwen van de schommel probeerde vast te grijpen. Ollie was bang dat hij in haar armen zou vallen. En dat wilde hij niet. Alleen papa, mama en oma mochten hem vasthouden.’

Maar er wordt niet enkel gefocust op de trauma’s van Ollie. Ook het verdriet van de andere pleegkinderen komt aan bod. Want ook zij hebben heel wat angsten waarmee ze moeten leren ‘dealen’ en dat doen ze elk op hun eigen, verrassende manier.
De moraal van het verhaal die op niet belerende wijze en zonder er vingerdik op te liggen, wordt meegegeven is dat als je van iemand houdt, je hem moet durven en kunnen loslaten.

Het lijkt een heel droevig verhaal en in feite is het dat ook. Maar de manier waarop het verteld wordt is niet droevig. Soms grappig, soms spannend, altijd heel erg mooi. En dat alles verbeeld door de magische illustraties van Marieke Nelissen die volledig passen bij de sfeer van het boek.